CBR mag alcoholslotprogramma aan vrachtwagenchauffeurs opleggen

23-10-2013

Het opleggen van een alcoholslotprogramma aan chauffeurs met een vrachtwagenrijbewijs is een maatregel gebaseerd op een 'criminal charge' die niet onevenredig zwaar is gelet op het doel ervan. Dit blijkt uit drie uitspraken die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vandaag, woensdag 23 oktober 2013, openbaar heeft gemaakt. Tegen de uitspraken van de Raad van State is geen hoger beroep mogelijk.

Maatregel
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) had de rijbewijzen van drie vrachtwagenchauffeurs voor ten minste vierentwintig maanden ongeldig verklaard en hun een alcoholslotprogramma opgelegd nadat de politie had geconstateerd dat ze onder invloed van alcohol hadden gereden. Het gaat in deze zaken om chauffeurs die voor hun inkomen afhankelijk zijn van hun vrachtwagenrijbewijs.

'Criminal charge'
Uit de Nederlandse wegenverkeerswetgeving volgt dat een alcoholslot alleen wordt ingebouwd in personenauto's (categorie B) en niet in vrachtwagens (categorie C). Als het alcoholslotprogramma wordt opgelegd aan houders van rijbewijs B is dit niet aan te merken als een maatregel die is gebaseerd op een 'criminal charge', omdat zij dat rijbewijs tijdens het programma kunnen behouden.

Naar het oordeel van de Raad van State heeft de maatregel die aan de vrachtwagenchauffeurs wordt opgelegd wel een zogenoemd punitief ('bestraffend') karakter vanwege de zwaarte ervan. Vrachtwagenchauffeurs behouden weliswaar hun rijbewijs B, maar hun rijbewijs C wordt voor ten minste vierentwintig maanden ongeldig verklaard en van dat rijbewijs zijn zij voor hun inkomen afhankelijk. Daarom is het alcoholslotprogramma voor vrachtwagenchauffeurs wel aan te merken als een maatregel die is gebaseerd op een 'criminal charge', aldus de hoogste bestuursrechter.

Geen onevenredig zware maatregel
De Raad van State is verder van oordeel dat het opleggen van het alcoholslotprogramma in deze zaken 'niet onevenredig zwaar' is gelet op het doel ervan. De wetgever heeft voor invoering van het alcoholslotprogramma gekozen, omdat uit onderzoek is gebleken dat ten minste een kwart van de verkeersdoden in Nederland slachtoffer is van een ongeval door alcoholgebruik. Het doel van het programma is de verkeersveiligheid verder te vergroten en het aantal verkeersslachtoffers als gevolg van alcoholgebruik in het verkeer, terug te dringen. De Raad van State is van oordeel dat het alcoholslotprogramma een geschikt instrument is om dit doel te bereiken.

'Expliciet is van belang geacht dat van beroepschauffeurs een bijzonder verantwoordelijkheidsgevoel mag worden verwacht en dat algemeen bekend mag worden verondersteld dat verkeersdelicten, ook indien deze buiten werktijd worden begaan, consequenties voor de rijbevoegdheid en daarmee voor de uitoefening van het werk als beroepschauffeur kunnen hebben.' Ook gaat de maatregel niet verder dan noodzakelijk is om dit doel te bereiken, aldus de hoogste bestuursrechter.

Rechtbanken
De rechtbank in Haarlem oordeelde eerder in één van de drie zaken dat het alcoholslotprogramma een onevenredig zware maatregel was, omdat de vrachtwagenchauffeur hierdoor zijn baan zou verliezen en niet meer in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien. De rechtbank in Maastricht en de rechtbank Oost?Brabant verklaarden de eerdere beroepen van de andere twee vrachtwagenchauffeurs juist ongegrond.

Alcoholslotprogramma
Het alcoholslotprogramma bestaat uit een alcoholslot in de auto en een begeleidingsprogramma voor de overtreder om deze bewust te maken van de grote gevaren van rijden onder invloed van alcohol. De vrachtwagenchauffeurs kunnen weer in het bezit komen van een rijbewijs met de code 'rijden met een alcoholslot' als zij meewerken aan het alcoholslotprogramma. Zij krijgen dan alleen het rijbewijs voor categorie B (personenauto's). De vrachtwagenchauffeurs zullen daardoor ten minste vierentwintig maanden hun beroep als vrachtwagenchauffeurs niet meer kunnen uitoefenen.